Gebruik voor docent

ProF kan worden gebruikt in de verschillende rollen van een docent. Zo treedt de docent op als constructeur en uitvoerder van het curriculum, maar is er ook de rol van begeleider en adviseur van studenten.

Evaluatie van het curriculum

Docenten kunnen nagaan hoe hun vak of de door hun in het curriculum ingebrachte thematiek scoort in de resultaten van de VT. In het verloop van deze kennis op groepsniveau (referentiegroepen) kan de docent indicaties vinden over waar het vak (de discipline) aan de orde komt, de kennis voldoende beklijft en hoe ze zich verder ontwikkelt. Daartoe kan de docent het scoreverloop van een referentiegroep van een bepaald jaar in de eigen universiteit vergelijken met die van de referentiegroep van hetzelfde jaar voor de iVTG-universiteiten. Uit de patronen die dat oplevert, kan worden afgelezen of de kennisontwikkeling te wensen overlaat en hoe systematisch de verschillen zijn. Indien die ontwikkelingen serieus te wensen overlaten, kan dat aanleiding zijn om te zoeken naar oorzaken en mogelijkheden tot verbetering en op grond daarvan veranderingen aanbrengen in het onderwijsprogramma.

Behalve uit de score kan een docent ook nuttige informatie halen uit bijvoorbeeld het ‘%?’ of ‘%Incorrect’. Indien die voor een discipline hoog zijn (in vergelijking met andere disciplines), kan dat een indicatie zijn voor te moeilijke vragen en/of tekortkomingen in het onderwijsprogramma.

De vergelijking van referentiegroepen kan worden weergegeven in momentane of longitudinale grafieken.

  1. Bij momentane vergelijking worden de punt-en-balk-diagrammen (totaal of per subdomein) van de twee referentiegroepen naast elkaar getoond.

momentane grafiek referentie

  1. Bij longitudinale vergelijking wordt voor beide referentiegroepen het verloop van de ‘gemiddelde’ score (het 50e percentiel, de mediaan) getoond (wit: eigen universiteit; blauw: iVTG). Aan de rechterkant (lichtere achtergrond) wordt de prognose voor twee toekomstige meetmomenten gepresenteerd.

longitudinale grafiek referentie

Studieadviseur

De informatie uit ProF is bij uitstek geschikt om te worden gebruikt als bron voor reflectie over de persoonlijke kennisontwikkeling van een student. De door het systeem aangemaakte overzichten en grafieken kunnen als bewijsmateriaal in het portfolio ondergebracht en telkens geüpdatet worden. Dat materiaal kan een belangrijke bijdrage geven aan het functioneren van een portfolio en efficiënt en effectief overleg van mentor en student.

ProF geeft informatie over de kennisontwikkeling in het algemeen en op verschillende subdomeinen. Daarnaast biedt het mogelijkheden om de invulstrategie te analyseren.

De VT is voorzien van een “weet niet” antwoordoptie en als een vraag fout beantwoord wordt dan kost dat strafpunten. De strafpunten worden geacht de student van gokken te weerhouden en voor het ‘?’ te kiezen als de vraag niet duidelijk is of het onderwerp te onbekend. Bij ontbreken van zo’n straf zou waarschijnlijk vrijwel iedere deelnemer (ook de jongerejaars) alle vragen beantwoorden, omdat beantwoorden alleen winst zou kunnen opleveren. Dat jongerejaars niet worden uitgenodigd om 90% van de vragen te beantwoorden door te gokken, wordt in het algemeen als een pluspunt van de methode met ‘?’ en strafpunten gezien. Maar het feit dat het invulgedrag mede bepalend is voor het resultaat wordt weer vaak als een nadeel beoordeeld. Het probleem is dat een student die te terughoudend is met beantwoorden van VT- vragen en dus al snel voor het ‘?’ kiest, zichzelf tekort doet en gemiddeld lager scoort dan medestudenten die minder terughoudend zijn.

ProF biedt mogelijkheden om na te gaan hoe het staat met het invulgedrag van de student. Bijvoorbeeld het verloop van ‘%?’ voor Totaal laat zien of er in vergelijking met de referentiegroep (te)veel gekozen wordt voor ‘?’. Een relatief hoog ‘%Incorrect’ kan een indicatie zijn voor een te ruime gokbereidheid en/of te gering vermogen om te bepalen wat men wel en wat men niet weet.

Op deze manier kan de studentadviseur gerichte adviezen geven over de invulstrategie of kennisontwikkeling (op bepaalde subdomeinen).