De adaptieve interuniversitaire VoortgangsToets Geneeskunde (iVTG)

De Voortgangstoets is een objectief instrument om de kennisprogressie van de geneeskundestudent te meten. Niet het lesprogramma wordt getoetst, maar wat de student opsteekt gedurende de opleiding.
In plaats van alleen te toetsen wat recent is behandeld in het onderwijs, meet de iVTG je totale kennisniveau zoals dat op dat moment is opgebouwd. Je maakt de toets 4 keer per studiejaar, hierdoor krijg je een goed beeld van jouw kennisniveau en aan welke kennisgebieden je eventueel meer aandacht moet besteden. Bovendien geeft de iVTG waardevolle informatie over de verschillende geneeskundefaculteiten in Nederland waardoor de curricula kunnen worden verbeterd.

Waarom een adaptieve iVTG?
De adaptieve vorm maakt het mogelijk om nauwkeuriger en efficiënter je kennisniveau te meten. Dit sluit beter aan bij het doel van de voortgangstoets: het volgen van je groei als toekomstig arts over de hele duur van de opleiding.

Hoe werkt de toets?
De Voortgangstoets wordt digitaal afgenomen en bestaat uit 135 meerkeuzevragen. De toets is adaptief, wat betekent dat de toets zich door een computeralgoritme tijdens het maken aanpast aan jouw kennisniveau. Je krijgt vragen uit een uitgebreide vragenbank, waarbij elke volgende vraag wordt geselecteerd op basis van je eerdere prestatie bij de al gemaakte vragen. Beantwoord je een vraag goed, dan krijg je doorgaans een iets moeilijkere
vraag. Beantwoord je een vraag fout, dan volgt er een iets makkelijkere vraag.
Logischerwijs kun je dus ook niet terug naar al beantwoorde vragen, maar krijg je steeds een volgende vraag te zien. Op deze manier ontstaat voor iedere student een toets die optimaal aansluit bij het eigen kennisniveau. Omdat elke student een gepersonaliseerde toets maakt, kan de Voortgangstoets op verschillende – door de lokale instellingen vastgelegde – momenten binnen de 4 vaste periodes in elk studiejaar worden afgenomen.

Inhoud
Hoewel de vragen per student verschillen, blijft de inhoud van de toets gelijk. De toets is gebaseerd op een vaste blauwdruk waarin alle relevante medische disciplines en onderwerpen zijn opgenomen. Zo wordt geborgd dat je kennis telkens over de volle breedte van het vakgebied wordt getoetst.

Afname
De iVTG wordt digitaal afgenomen in toesafnameprogramma TestVision via de
toetsomgeving op je universiteit. Je wordt ingedeeld in een bepaald meetmoment. Dit is afhankelijk van waar je je in je opleiding bevindt. Je wordt ingedeeld voor een specifiek tijdslot waarin je de toets maakt. Deze informatie ontvang je via jouw eigen geneeskundefaculteit.

Toetsresultaat
Als resultaat van de toets krijg je geen cijfer, maar een score. Die score geeft het niveau van jouw kennis op dat moment weer. Per toetsmoment en per studiejaar zijn er kennisniveaus gekoppeld die aangeven hoeveel kennis je op dat moment zou moeten hebben. Dit noemen we de absolute normen (onvoldoende – voldoende – goed) per meetmoment.

Groei
Naarmate je studie vordert, zal je meer kennis opdoen en dus in principe steeds hoger scoren. Om elk studiejaar succesvol af te ronden, moet je minimaal één keer het eindniveau van dat jaar behalen. Het moment waarop je dit niveau bereikt, maakt niet uit. Als je bijvoorbeeld al bij een eerdere toets het eindniveau haalt, dan voldoe je aan de eis, als je bij een later toetsmoment op niveau blijft of iets lager scoort. We noemen dit vormbehoud.

Feedback
Jouw persoonlijke scores op de Voortgangstoets kun je inzien via Progress Test Feedback, kortweg PROF. Door hier in te loggen zie je jouw scores over alle gemaakte voortgangstoetsen, inclusief hoe je hebt gescoord op de verschillende cluster, disciplines en categorieën. Bovendien kan je hier jouw eigen scoren vergelijken met die van je studiegenoten in het algemeen tijdens dat meetmoment.

Kijk naar dit filmpje voor een korte video over de technologie van computer adaptief toetsen: https://www.youtube.com/watch?v=ZvFNwR8ABo4&t=65s

Je kunt ook naar YouTube gaan en zoeken naar “computer adaptive testing”. Er zijn meerdere filmpjes met een uitleg.